Bètakunst laat zich inspireren door wetenschap, techniek en natuur. Voor Kaalstaart stuurden de onderstaande wetenschappers een statement, vraag of videoboodschap.

Inspiratie

Than van Nispen (Biologie): Als we aan uitstervende diersoorten denken, denken we vaak aan hoe ze eruit zien en hoe jammer het is om ze nooit meer te zullen zien. Of zelfs nooit te zullen ontdekken. Aan hun plek in het ecosysteem en wat er verandert als ze er niet meer zijn.
Maar er is ook zoiets als de akoustische niche waar ze in te vinden zijn. Dat zijn de geluidsfrekwenties waarmee ze communiceren, die verschillen van soort tot soort en zelfs binnen een soort, afhankelijk van hun specifieke leefgebied. Als ze een biotoop delen met veel andere soorten nemen ze een kleiner stukje van het beschikbare audiospectrum in, en als de omstandigheden daarom vragen zoeken ze een heel specifiek stukje geluid op. Denk aan lagen tonen waarmee olifanten en walvissen over lange afstand kunnen communiceren of de echolocatie van vleermuizen die goed werkt met ultrasoon geluid. Maar ook vogels die in het ene gebied letterlijk meer noten op hun zang hebben dan in het andere.
Deze specialisatie vindt plaats op evolutionaire tijdschaal. Als een soort uitsterft ontstaat er een gat in het spectrum, een stilte die aangeeft dat hier ooit een soort leefde. Hoe klinkt de wereld anders als ze er niet meer zijn? Gaat een andere soort een plek innemen in het klankpalet van het ecosysteem? Misschien de mythische Kaalstaart? Of wordt de wereld alleen een stukje stiller? Wat wordt de nieuwe balans tussen geluiden van de natuur, de elementen en de mens, ofwel biofonie, geofonie en antrofonie?
Een zoektocht naar iets onbewijsbaars, via wegen waar veel van geleerd kan worden.
Jeroen van der Sluijs (Geowetenschappen): "Urgente vraagstukken zoals klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit worden gekenmerkt door ontembare onzekerheden in de wetenschappelijke kennis, moeilijk overbrugbare conflicten over waarden, en grote belangen die op het spel staan. Zulke vraagstukken vragen om post-normale, pluralistische, wetenschap, die open is over onzekerheden, die in dialoog gaat met andere perspectieven en andere typen kennis dan natuurwetenschappelijke die nodig zijn om zulke problemen op te lossen, en die bruggen kan bouwen tussen alle diverse vormen van kennis die bij kunnen dragen aan oplossingen. Hoe kan kunst er aan bijdragen dat de wetenschap uit haar ivoren toren van zekerheden wordt gelokt?"
Jaap-Henk Hoepman (Informatica): Internetdiensten hebben de neiging exponentieel te groeien omdat de marginale kosten bijna nul zijn. Het maakt amper uit of je 100, 100.000, of 100.000.000 gebruikers hebt. Hiermee onderscheidt de virtuele wereld zich van de traditionele fysieke wereld, waarin allerlei natuurwetten beperkingen opleggen. Deze beperkingen zijn niet altijd slecht. Sterker nog, een beetje frictie zou ook in de virtuele wereld nuttig kunnen zijn. Dan zou nepnieuws zich niet zo snel kunnen verspreiden en zouden overheden en bedrijven ons niet zonder aanzienlijke kosten 24/7 in de gaten kunnen houden. Welke vormen van 'frictie', welke natuurwetten, zouden ook in de virtuele wereld kunnen of moeten gelden? En hoe zouden die afgedwongen kunnen worden?
Frans Snik (Sterrenkunde): "De kans is groot dat sterrenkundigen in de komende decennia indirect bewijs gaan verzamelen voor het bestaan van primitief buitenaards leven op een planeet die rond een nabije ster draait. Deze ontdekking zal van grote betekenis zijn voor de gehele mensheid, en het is dus aan de gehele mensheid om betekenis te geven aan deze ontdekking. Hoe kunnen wetenschappers (niet alleen sterrenkundigen) en kunstenaars nu al samenwerken om de zoektocht naar buitenaards leven vorm te geven? Waar zoeken we precies naar? Wanneer zijn we zeker genoeg dat onze telescopen daadwerkelijk tekenen van leven opvangen? En wat is daarop onze aardse reactie?"